Home › Kennisbank › Wanneer u uw gevel beter niet laat coaten
Wanneer u uw gevel beter niet laat coaten
Tien situaties waarin gevelcoating geen goed idee is: nat metselwerk, optrekkend vocht, slecht voegwerk, monumenten. Met beslisboom en uitleg over Sd-waarde.
Een gevelcoating is niet altijd de juiste keuze. Er zijn situaties waarin coaten het probleem niet oplost maar verplaatst, en situaties waarin het de gevel aantoonbaar slechter maakt. Op deze pagina zetten wij die situaties op een rij, inclusief de bouwfysica erachter. Wij verkopen gevelcoating, gevelreiniging en gevelimpregnering, maar wij vinden het belangrijker dat u de juiste behandeling krijgt dan dat wij een opdracht binnenhalen.
De korte samenvatting: coaten heeft alleen zin op een droge, gezonde, hechtvaste en dampopen ondergrond. Is een van die vier voorwaarden niet vervuld, dan is coaten uitstellen of afzien de betere beslissing.
Eerst het onderscheid: reinigen, impregneren en coaten zijn drie verschillende dingen
Veel misverstanden ontstaan doordat deze drie behandelingen door elkaar worden gebruikt in verkoopgesprekken.
- Reinigen verwijdert vuil, algen, mos, roetaanslag of vergipsing. Het verandert niets aan de eigenschappen van de steen, behalve wanneer het te agressief gebeurt.
- Impregneren of hydrofoberen is een kleurloze, indringende behandeling. Het middel trekt enkele millimeters de steen in en maakt de porienwand waterafstotend. De poriën blijven open, de gevel blijft dampopen en het uiterlijk verandert nauwelijks.
- Coaten is het aanbrengen van een gesloten filmlaag over de gevel. Het is in feite een gevelverfsysteem: er komt een laag op de steen te liggen die het aanzicht permanent verandert.
Het verschil is bouwfysisch groot. Een impregnering laat de muur vrijwel ongewijzigd ademen. Een coating legt er een laag overheen die de dampstroom altijd in enige mate beïnvloedt. Precies daarom is de vraag "is deze gevel geschikt om te coaten" een serieuze vraag en geen formaliteit.
1. Nat metselwerk
Dit is de meest voorkomende reden om niet te coaten. Metselwerk dat nog vochtig is, of een muur waar via een lekkage, een defecte dakrand, een verstopte regenpijp of een slechte aansluiting constant water in komt, moet eerst droog worden voordat er iets op komt.
Wat er gebeurt als u toch coat: het vocht dat in de muur zit wil eruit. Dat kan alleen door verdamping. Zit er een coating overheen die de dampstroom afremt, dan hoopt het vocht zich op onder de laag. Bij vorst zet dat water uit en drukt het de coating los, vaak met een stukje steenoppervlak eraan vast. Het resultaat is blaasvorming, afbladdering en schade aan de steen die er voor de behandeling niet was.
Een gevel moet dus voldoende doorgedroogd zijn. Na een grondige reiniging met water betekent dat in de praktijk een droogperiode, en na een lekkage betekent het eerst de oorzaak wegnemen en daarna maanden geduld, afhankelijk van dikte en materiaal van de muur.
2. Optrekkend vocht
Optrekkend of opstijgend vocht is water dat vanuit de bodem via capillaire werking in de muur omhoog kruipt. U herkent het aan een vochtrand op ongeveer gelijke hoogte langs de onderkant van de gevel, vaak met een witte zoutrand aan de bovengrens van de vochtige zone, en aan binnenzijde aan loslatend behang of stucwerk onderaan.
Optrekkend vocht is een ander probleem dan doorslaand vocht. Doorslaand vocht komt van buiten naar binnen door een verzadigde, poreuze muur, meestal op de slagregenzijde en meestal in vlekken. Optrekkend vocht komt van onderen. Impregneren of coaten van de buitenzijde helpt tegen doorslaand vocht, maar doet niets tegen optrekkend vocht, omdat de waterbron zich onder het behandelde vlak bevindt.
Sterker nog: een coating over een muur met optrekkend vocht sluit de belangrijkste verdampingsroute af. Het vochtfront kruipt dan hoger de muur in, of het vocht zoekt zijn uitweg aan de binnenzijde. De juiste route is een vochtdiagnose en zo nodig een injectie of een andere capillaire onderbreking, uitgevoerd door een vochtspecialist. Pas als de muur daarna droog is, kan er over gevelbehandeling gesproken worden.
3. Slecht of verzand voegwerk
Een gevel is niet alleen steen. Bij baksteenmetselwerk bestaat ongeveer een vijfde deel van het oppervlak uit voeg, en de voeg is vaak de zwakke schakel. Verzande voegen, holle voegen, uitgespoelde kalkvoegen of open naden laten regenwater rechtstreeks in de muur lopen.
Een impregneermiddel of coating over een slechte voeg lost dat niet op. U sluit dan het steenoppervlak af terwijl het water via de voeg gewoon naar binnen blijft lopen, en de uitweg ligt vervolgens deels dicht. Het Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk stelt daarom als voorwaarde dat voegen en stenen in goede staat moeten zijn voordat er gehydrofobeerd wordt, en dat er nooit plaatselijk maar altijd over het volledige geveloppervlak behandeld wordt.
Praktisch: eerst voegwerk beoordelen, zo nodig uitslijpen en opnieuw voegen, de nieuwe voeg laten uitharden en drogen, en pas daarna behandelen. Wie een offerte krijgt voor coating zonder dat er iemand met een schroevendraaier of een spijker in de voeg heeft gekrast, krijgt een offerte zonder inspectie.
4. Actieve zoutuitbloei
Witte uitslag op metselwerk kent verschillende oorzaken. De Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek onderscheidt onder meer vroege witte uitslag door natrium-, magnesium- en kaliumsulfaten die kort na het metselen verschijnt en vaak vanzelf weer wegspoelt, kalkuitbloei door een onvolledig carbonatatieproces bij te veel bouwvocht, en vergipsing, een grijswitte waas die pas maanden of jaren later ontstaat en niet vanzelf verdwijnt.
Zolang er zouten actief naar het oppervlak migreren, is coaten een slecht idee. Zoutkristallisatie gaat gepaard met volumetoename. Gebeurt die kristallisatie onder een filmlaag, dan drukt het zout de laag van de ondergrond af. In ernstige gevallen kristalliseert het zout net onder het steenoppervlak en schilfert de steen zelf af.
Actieve uitbloei is bovendien een signaal, geen cosmetisch probleem. Zouten bewegen alleen met water mee. Uitbloei betekent dus dat er water door de muur beweegt. Dat water moet eerst worden weggenomen. Bij monumentaal en historisch metselwerk adviseert het Kennisnetwerk zelfs het zoutgehalte te laten bepalen voordat er behandeld wordt.
5. Dampdichtheid en het ademen van de muur, in begrijpelijke taal
"Een muur moet kunnen ademen" is een uitdrukking die veel wordt gebruikt en zelden wordt uitgelegd. Het gaat niet over lucht, maar over waterdamp. Een gevel neemt water op bij regen en staat dat water in droge perioden weer af aan de buitenlucht. Blijft de opname groter dan de afgifte, dan verzadigt de muur.
Twee grootheden beschrijven dat.
- De µ-waarde is een materiaaleigenschap: hoeveel weerstand biedt dit materiaal tegen waterdamp vergeleken met een gelijke laag stilstaande lucht. Lucht heeft µ = 1. Een materiaal met µ = 50 is vijftig keer zo dampremmend als lucht.
- De Sd-waarde is de praktische maat: µ vermenigvuldigd met de laagdikte in meters. De uitkomst is zelf ook een lengte in meters, en betekent letterlijk: deze laag werkt als zoveel meter stilstaande lucht. Een coating met Sd = 0,1 m gedraagt zich als een luchtlaag van tien centimeter. Een coating met Sd = 2 m werkt als twee meter lucht en remt dus twintig keer zo sterk.
De Europese norm EN 1062-1 deelt gevelverven in klassen in. Voor waterdampdoorlaatbaarheid geldt klasse V1, hoog dampdoorlatend, bij een Sd-waarde onder circa 0,14 m; klasse V2 ligt daarboven en klasse V3 is laag dampdoorlatend. Voor wateropname geldt klasse W3, laag, bij een w-waarde onder 0,1 kg/(m²·h⁰˒⁵), klasse W2 tussen 0,1 en 0,5 en klasse W1 daarboven. Het onderliggende principe, bekend uit het werk van Künzel, is eenvoudig: een gevelbehandeling moet ervoor zorgen dat de gevel bij droging meer water kwijtraakt dan hij bij slagregen opneemt. In de praktijk betekent dat: lage wateropname en hoge dampdoorlatendheid tegelijk.
Waarom dit ertoe doet: een dichte, dampremmende coating op een massieve, vochtbelaste muur is bouwfysisch precies de verkeerde combinatie. Vraag daarom bij elke gevelcoating naar de Sd-waarde en de w-waarde uit het technisch productblad. Kan een aanbieder die niet noemen, dan weet hij niet wat hij aanbrengt.
6. Monumenten en beschermde panden
Bij een rijksmonument, een gemeentelijk of provinciaal monument en bij panden in een beschermd stads- of dorpsgezicht gelden andere regels en andere afwegingen.
Juridisch: voor werkzaamheden aan een beschermd monument is in de regel een omgevingsvergunning nodig. Vergunningsvrij is alleen gewoon onderhoud waarbij detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen. Een gevel coaten verandert materiaalsoort en meestal ook kleur en uitstraling, en valt daarmee vrijwel altijd buiten het vergunningsvrije onderhoud. Overleg altijd vooraf met de gemeente.
Inhoudelijk: de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed benadrukt dat patina onderdeel is van de monumentale waarde, dat vooronderzoek en proefvlakken op onopvallende plaatsen noodzakelijk zijn en dat historische gevels alleen met lage druk en fijnkorrelige straalmiddelen gereinigd mogen worden. Een coating is bovendien niet omkeerbaar, en omkeerbaarheid is een kernbeginsel in de monumentenzorg. Ook het Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk stelt dat hydrofoberen bij monumenten alleen bij technische noodzaak overwogen moet worden, juist omdat het geen omkeerbare ingreep is.
Ons standpunt: bij monumenten en beschermde panden coaten wij niet. Reinigen kan in overleg met de gemeente en met een restauratiedeskundige, maar dan zorgvuldig en terughoudend.
7. Geglazuurde, gesinterde en zeer dichte steen
Sommige gevelmaterialen nemen nauwelijks water op. Geglazuurde baksteen, sterk gesinterde klinkers, verglaasde steenstrips en sommige harde verblendstenen hebben een gesloten, glasachtig oppervlak.
Twee gevolgen. Ten eerste is er niets te verbeteren: het materiaal is al waterdicht, dus impregneren voegt niets toe en coaten lost geen probleem op. Ten tweede is er niets om aan te hechten. Een coating heeft een poreuze of opgeruwde ondergrond nodig om mechanisch aan te grijpen. Op glazuur blijft de laag oppervlakkig liggen en laat hij vroeg of laat plaatsvormig los. Wordt de gevel dan opnieuw beoordeeld, dan is het herstel duurder dan de oorspronkelijke behandeling.
Op deze materialen is reinigen bijna altijd de enige zinvolle behandeling, en meestal is een milde reiniging voldoende.
8. Recent metselwerk dat nog uitbloeit
Nieuw metselwerk bevat bouwvocht en heeft tijd nodig om uit te harden en uit te dampen. In die periode kan witte uitslag ontstaan, en die verdwijnt in veel gevallen vanzelf onder invloed van weer en wind. Behandelen tijdens die fase is dubbel ongunstig: u sluit bouwvocht in en u legt een laag over een oppervlak dat nog verandert.
Een gangbare vuistregel in de praktijk is om nieuw metselwerk minstens een volledig jaar, en bij twijfel twee stookseizoenen, met rust te laten en pas daarna te beoordelen of behandeling nodig is. Wij vragen bij nieuwbouw altijd naar de opleverdatum. Is die recent, dan adviseren wij wachten, ook als dat betekent dat de opdracht een jaar opschuift.
9. Coating over slecht hechtende oude verf
Veel gevels zijn ooit al geschilderd of gecoat. Een nieuwe laag is nooit sterker dan de laag eronder. Zit de oude verf los, bladdert die af, of is het een dampdichte laag zoals oude alkyd- of dispersieverf op een muur die vocht bevat, dan is overschilderen een tijdelijke cosmetische ingreep die binnen enkele jaren mislukt.
Hoe u het zelf globaal beoordeelt: druk stevig plakband op een schoon stuk verf, trek het er in één beweging af en kijk of er verfschilfers meekomen. Krab met een muntstuk over het oppervlak. Klopt de laag hol als u erop tikt, dan zit er lucht of vocht onder. Bij twijfel is een hechtproef door de uitvoerder op meerdere plekken op de gevel de enige betrouwbare methode.
Zit de oude laag grotendeels los, dan is de eerlijke conclusie dat de gevel eerst kaal moet. Dat is arbeidsintensief en dus duur, en dat is precies de reden waarom sommige aanbieders die stap overslaan.
10. Te lage temperatuur, te hoge luchtvochtigheid en het dauwpunt
Gevelbehandelingen zijn weersgevoelig. Vrijwel alle fabrikanten schrijven voor dat er niet onder ongeveer 5 °C lucht- en objecttemperatuur verwerkt mag worden. Voor veel coatings ligt de aanbevolen bandbreedte hoger, en geldt daarnaast dat de relatieve luchtvochtigheid onder ongeveer 70 tot 80 procent moet blijven.
Daarbovenop komt het dauwpunt. Het dauwpunt is de temperatuur waarbij lucht verzadigd raakt en er condens op een oppervlak neerslaat. Een gangbaar verwerkingsvoorschrift is dat de temperatuur van de ondergrond minstens 3 tot 5 °C boven het dauwpunt ligt. Ligt de geveltemperatuur daaronder, dan vormt zich een onzichtbaar dun waterlaagje op de steen en hecht de coating niet, ook al lijkt de gevel kurkdroog.
Praktisch betekent dit dat coaten in de late herfst en winter in Nederland en Vlaanderen vaak niet verantwoord is, dat nachtvorst binnen 24 tot 48 uur na aanbrengen schadelijk is, en dat werken in de volle zon op een zuidgevel ook ongunstig kan zijn omdat de laag te snel droogt. Een aanbieder die in november zegt dat het weer geen rol speelt, verkoopt u een risico.
Het hardnekkigste misverstand: gevelcoating bespaart geen energie
In deze branche wordt geregeld beweerd dat een gevelcoating isoleert, warmte reflecteert of de stookkosten verlaagt. Dat klopt niet, en het is belangrijk dat u dat weet.
Een coatinglaag is enkele honderden micrometers dik, in de orde van een kwart millimeter. Een laag van die dikte heeft geen betekenisvolle warmteweerstand. Ter vergelijking: spouwmuur- of gevelisolatie werkt met centimeters materiaal, niet met tienden van millimeters. Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf heeft daarnaast met simulaties laten zien dat sterk reflecterende, lichte buitenafwerkingen in ons klimaat in koude periodes juist zonnewinst wegnemen, wat het energieverbruik in de winter kan verhogen. In gematigde klimaten resulteert dat niet in een netto besparing.
Er is één indirect effect dat wel bestaat en dat wij eerlijk benoemen: een doorweekte muur geleidt warmte beter dan een droge muur. Blijft een gevel door een goede behandeling droger, dan kan de effectieve warmteweerstand van die muur iets gunstiger uitvallen dan in doorweekte toestand. Dat is een vochteffect, geen isolatie-effect, het is niet te vertalen naar een percentage op uw energierekening, en wij gebruiken het niet als verkoopargument.
Kortom: laat uw gevel behandelen tegen vocht, vervuiling en veroudering. Wilt u energie besparen, laat dan isolatie, glas en installatie beoordelen. Wie u een gevelcoating verkoopt met een beloofd besparingspercentage, doet een claim die hij niet kan onderbouwen.
Beslisboom: is coaten in uw situatie verstandig?
Loop de volgende vragen in volgorde langs. Bij het eerste "ja" op een blokkerende vraag stopt het traject voorlopig.
- Vraag 1. Is het pand een monument of ligt het in een beschermd stads- of dorpsgezicht? Zo ja: niet coaten. Neem contact op met de gemeente en overleg over reiniging en herstel. Ga niet verder in deze lijst.
- Vraag 2. Is de gevel van geglazuurde, gesinterde of anderszins vrijwel niet-zuigende steen? Zo ja: niet coaten en niet impregneren. Reinigen is de enige zinvolle behandeling.
- Vraag 3. Is er sprake van optrekkend vocht, een actieve lekkage of een constructief vochtprobleem? Zo ja: eerst vochtdiagnose en herstel. Coaten en impregneren zijn nu geen optie.
- Vraag 4. Bloeit de gevel actief uit met zouten, of is het metselwerk jonger dan ongeveer een jaar? Zo ja: wachten. Beoordeel opnieuw na een volledig jaar of na twee stookseizoenen.
- Vraag 5. Is het voegwerk verzand, hol, uitgespoeld of open? Zo ja: eerst voegwerk herstellen, laten uitharden en drogen. Daarna terug naar deze lijst.
- Vraag 6. Zit er oude verf op die niet hechtvast is? Zo ja: eerst verwijderen tot een draagkrachtige ondergrond, of afzien van coaten.
- Vraag 7. Is de gevel voldoende doorgedroogd en is het weer geschikt, dus boven 5 °C, geen nachtvorst verwacht en voldoende marge boven het dauwpunt? Zo nee: plan het werk in een geschikter seizoen.
- Vraag 8. Alle bovenstaande vragen doorstaan. Wat is dan het doel? Wilt u de gevel schoon en de kleur behouden, kies dan reinigen en eventueel impregneren. Wilt u de gevel van kleur veranderen of een zeer bont, gerepareerd of eerder geschilderd metselwerkbeeld egaliseren, dan is coaten een reële optie, mits het gekozen systeem dampopen is.
Wat wij doen als coaten geen goed idee is
Wij komen ter plaatse kijken voordat wij een prijs noemen. Tijdens die opname beoordelen wij het type steen, de staat van het voegwerk, de vochtsituatie, de aanwezigheid van uitbloei, de oriëntatie en slagregenbelasting van elke gevel, en eventuele eerdere behandelingen. Komt daar uit dat coaten niet verstandig is, dan zeggen wij dat, ook als het betekent dat er geen opdracht uit voortkomt.
In veel gevallen is het alternatief eenvoudiger en goedkoper: een passende reiniging, herstel van het voegwerk, of een kleurloze impregnering die de gevel droger houdt zonder het aanzicht te veranderen. Op onze gevelcoating noemen wij een garantietermijn van 10 jaar. Vraag bij ons en bij elke andere aanbieder altijd naar de exacte voorwaarden van die garantie en naar wat er wel en niet onder valt.
Wij werken vanuit Kapelle in Zeeland in heel Nederland en Vlaanderen. Wilt u weten wat in uw situatie verstandig is, vraag dan een opname aan. Ook als het antwoord "niets doen" is.
Veelgestelde vragen
Wanneer is gevelcoating een slecht idee?
Coaten is af te raden zolang de gevel nat is, bij optrekkend vocht, bij actieve zoutuitbloei, bij verzand of open voegwerk, bij metselwerk jonger dan ongeveer een jaar, bij geglazuurde of gesinterde steen, over slecht hechtende oude verf, bij monumenten en beschermde panden, en bij weersomstandigheden onder circa 5 graden of te dicht bij het dauwpunt.
Wat is het verschil tussen impregneren en coaten?
Impregneren of hydrofoberen is een kleurloze behandeling die enkele millimeters in de steen trekt en de poriewanden waterafstotend maakt. De poriën blijven open en het aanzicht verandert nauwelijks. Coaten is het aanbrengen van een dekkende filmlaag over de gevel. Dat verandert kleur en uitstraling permanent, is niet omkeerbaar en beïnvloedt altijd in enige mate de dampstroom door de muur.
Wat betekent de Sd-waarde van een gevelcoating?
De Sd-waarde geeft aan hoeveel weerstand een laag biedt tegen waterdamp, uitgedrukt als de dikte van een luchtlaag met dezelfde weerstand. Sd = 0,1 m werkt als tien centimeter stilstaande lucht; Sd = 2 m remt twintig keer zo sterk. Volgens EN 1062-1 geldt klasse V1, hoog dampdoorlatend, bij een Sd onder circa 0,14 m. Vraag deze waarde altijd op uit het technisch productblad.
Bespaart gevelcoating energie of isoleert het?
Nee. Een coatinglaag is enkele tienden van een millimeter dik en heeft geen betekenisvolle warmteweerstand; isolatie werkt met centimeters materiaal. Simulaties van het WTCB laten bovendien zien dat sterk reflecterende buitenafwerkingen in ons klimaat in koude periodes zonnewinst wegnemen. Een droger gehouden muur geleidt iets minder warmte, maar dat is een vochteffect en geen isolatie-effect en niet te vertalen naar een besparingspercentage.
Mag ik de gevel van een monument laten coaten?
In de praktijk vrijwel nooit. Voor werk aan een beschermd monument is doorgaans een omgevingsvergunning nodig; vergunningsvrij is alleen onderhoud waarbij detaillering, materiaalsoort en kleur niet wijzigen. Coaten verandert dat wel. Bovendien is een coating niet omkeerbaar, terwijl omkeerbaarheid een kernbeginsel is in de monumentenzorg. Overleg altijd eerst met uw gemeente.
Helpt gevelcoating tegen optrekkend vocht?
Nee. Optrekkend vocht komt via capillaire werking vanuit de bodem omhoog, dus onder het behandelde vlak vandaan. Een coating aan de buitenzijde bereikt de bron niet en sluit juist een verdampingsroute af, waardoor het vochtfront hoger kan kruipen of naar binnen uitwijkt. De juiste route is een vochtdiagnose en zo nodig een capillaire onderbreking of injectie door een vochtspecialist.
Hoe lang moet nieuw metselwerk drogen voordat het behandeld mag worden?
Nieuw metselwerk bevat bouwvocht en kan witte uitslag vertonen die vaak vanzelf wegspoelt. Een gangbare vuistregel is om minstens een volledig jaar te wachten, en bij twijfel twee stookseizoenen, voordat u beoordeelt of behandeling nodig is. Behandelen tijdens die periode sluit bouwvocht in en legt een laag over een oppervlak dat nog verandert.
Bij welke temperatuur mag een gevel gecoat worden?
Fabrikanten schrijven doorgaans voor dat er niet onder circa 5 graden lucht- en objecttemperatuur verwerkt mag worden, met een relatieve luchtvochtigheid onder ongeveer 70 tot 80 procent. Daarnaast moet de temperatuur van de ondergrond enkele graden boven het dauwpunt liggen. Ligt de gevel daaronder, dan vormt zich een onzichtbaar condenslaagje en hecht de coating niet.
Hoe zie ik of oude verf op mijn gevel nog hechtvast is?
Druk stevig plakband op een schoon stuk verf en trek het in één beweging los: komen er schilfers mee, dan hecht de laag onvoldoende. Krab daarnaast met een muntstuk over het oppervlak en tik de gevel af; klinkt het hol, dan zit er lucht of vocht onder. De enige betrouwbare beoordeling is een hechtproef op meerdere plekken door de uitvoerder.
Lees ook
Uw eigen gevel laten beoordelen?
Wij komen langs, beoordelen het metselwerk, het voegwerk en de vervuiling, en zeggen eerlijk wat er wel en niet zinvol is. Daarna krijgt u een prijs op maat.
Vrijblijvend offerte aanvragenGevelreiniging — Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk — Gevelreiniging en hydrofoberen (KNB) · Schoon metselwerk: oorzaken en preventie van witte uitslag (KNB) · Vergunning voor verbouwing of restauratie van een monument — Rijksoverheid · Energiebesparende verf? Trap er niet in — ID.nl (met simulaties WTCB) · Infoblad 1048 Muurverven en hun eigenschappen (EN 1062-klassen) — Sikkens · TEGO Phobe — Technical background hydrophobing agents (criteria Künzel: w en sd) · Brillux Siliconen-Gevelverf 918 — productinformatie (sd- en w-waarde, verwerkingstemperatuur)