Home › Kennisbank › Gevelreiniging: alle methoden vergeleken
Gevelreiniging: alle methoden vergeleken
Hogedruk, stoom, softwash, nevelstralen of stralen? Vergelijk tien gevelreinigingsmethoden op risico en agressiviteit, en lees wat de bakhuid doet.
"Gevelreiniging" is geen enkelvoudige dienst. Er bestaan ruwweg tien werkwijzen, die onderling sterk verschillen in agressiviteit, kosten en risico. De verkeerde methode op de verkeerde ondergrond veroorzaakt schade die niet meer te herstellen is: een opengewerkte steen kan niet worden dichtgemaakt. Op deze pagina zetten wij alle gangbare methoden op een rij, met per methode waar het wel en niet voor bedoeld is.
De belangrijkste regel vooraf: de methode volgt uit de combinatie van ondergrond en vervuiling, niet uit wat de uitvoerder toevallig op de wagen heeft staan.
Bakhuid, vormhuid en sinterhuid: wat het is en waarom het ertoe doet
Een baksteen is niet overal even dicht. Tijdens het vormen en bakken ontstaat aan de buitenzijde een dichtere, hardere buitenlaag. Bij handvormsteen heet die laag doorgaans de vormhuid of bezande laag; bij hard gebakken steen spreekt men van de sinterhuid; in de praktijk gebruikt men vaak de verzamelterm bakhuid. Die buitenlaag heeft een lagere porositeit dan de kern en werkt als de natuurlijke waterkering van de steen.
Er is nuance in de vakliteratuur. Het Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk merkt op dat moderne, homogeen gebakken stenen in theorie geen aparte bakhuid hebben, omdat de structuur door de hele steen gelijk is. Tegelijk waarschuwt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uitdrukkelijk dat te intensief reinigen de vormhuid van baksteen kan aantasten, waardoor de steen poreus wordt en meer water opneemt. Beide zijn waar: bij homogene strengpersstenen is het effect kleiner, bij handvormsteen, gereduceerd gebakken steen en historisch metselwerk is het effect groot.
Waarom beschadiging een probleem creëert dat er eerst niet was:
- De steen neemt na de reiniging meer regenwater op dan daarvoor. De gevel is dus natter, niet droger.
- Meer water in de steen betekent meer risico op vorstschade, want bevriezend water zet uit in de poriën.
- Een opengewerkt, ruwer oppervlak vervuilt sneller en houdt algen en mos beter vast. De gevel wordt dus juist sneller weer vies.
- De schade is onomkeerbaar. U kunt vuil verwijderen, maar u kunt geen bakhuid terugleggen.
Het Kennisnetwerk adviseert daarom om bij waardevol metselwerk de wateropname vóór en ná reiniging te meten, bijvoorbeeld met een Karsten-buis. Dat is bij een normale woning niet gebruikelijk, maar het achterliggende principe geldt overal: reinig zo zacht als mogelijk en zo hard als nodig, en zet altijd eerst een proefvlak.
Reiniging met water
Hogedrukreiniging, koud water
Water onder druk, meestal via een vlakspuitkop of een oppervlaktereiniger. Bij gevels wordt in de praktijk gewerkt tussen ongeveer 30 en 150 bar, afhankelijk van ondergrond en mondstuk.
Geschikt voor: robuuste, hard gebakken baksteen, betonsteen, beton, bestrating en dichte natuursteen met lichte tot matige vervuiling zoals algen, groene aanslag en stof.
Niet geschikt voor: handvormsteen en historisch metselwerk, kalkvoegen, crepi en sierpleister, cellenbeton, zachte natuursteen, vezelcementplaat en hout.
Risico's: het opblazen van de bakhuid, het uitspoelen van voegwerk, water dat via voegen en naden achter de gevel komt en het inspuiten van water in de spouw of achter kozijnen. Bij crepi is het risico bijzonder groot: een gangbare hogedrukreiniger levert 100 tot 150 bar, terwijl sierpleister in de regel niet meer dan 20 tot 30 bar verdraagt. Dan laat het bindmiddel los en ontstaan scheurtjes waar juist wél water in loopt.
Hogedrukreiniging, warm water
Zelfde principe, maar met verwarmd water, doorgaans tussen 60 en 90 °C. De warmte doet een deel van het werk, waardoor de druk lager kan.
Geschikt voor: vette vervuiling, roet, uitlaatgasaanslag en hardnekkige algen op stevige ondergronden. Werkt in de regel sneller dan koud water en vergt minder mechanische kracht.
Niet geschikt voor: dezelfde kwetsbare ondergronden als bij koud water, en daarnaast alle materialen die slecht tegen thermische schok kunnen, zoals sommige natuursteensoorten en gebrande of gescheurde steen.
Lagedrukreiniging
Reiniging met een groot watervolume bij lage druk, vaak onder 30 bar, soms in combinatie met borstelen. Een variant hiervan is het langdurig vernevelen of "vloeien" van water over de gevel om vuilkorsten los te weken.
Geschikt voor: kwetsbare ondergronden, historisch metselwerk, gipskorsten en algemene lichte vervuiling. Dit is de zachtste watermethode die er is.
Niet geschikt voor: situaties waarin de gevel niet lang nat mag zijn. Het langdurig bevochtigen kan de muur oververzadigen, wat vochtdoorslag naar binnen, zoutuitbloei en nieuwe begroeiing kan veroorzaken. Bij massief metselwerk zonder spouw is dat een reëel bezwaar.
Stoomreiniging
Reiniging met hete waterdamp of heet water bij lage druk, doorgaans tussen 90 en 150 °C. De temperatuur en niet de druk doet het werk, wat het een van de vriendelijkste methoden maakt.
Geschikt voor: algen, mos, korstmos, groenaanslag, lichte vetten en organische vervuiling op vrijwel alle minerale ondergronden. Ook geschikt voor crepi en sierpleister, mits met lage druk en voldoende afstand gewerkt wordt. Er is geen chemie nodig, wat gunstig is bij tuinen en vijvers.
Niet geschikt voor: zware anorganische vervuiling zoals dikke gipskorsten en oude verflagen, en voor hout met een kwetsbare afwerking. Tegen diep ingedrongen roetaanslag is stoom vaak onvoldoende.
Softwashing
Reiniging bij zeer lage druk waarbij een reinigingsmiddel het werk doet in plaats van de waterstraal. In de gevel- en dakbranche wordt hiervoor doorgaans een biocide of een alkalisch reinigingsmiddel gebruikt, dat wordt opgebracht, laat inwerken en daarna wordt afgespoeld.
Geschikt voor: biologische vervuiling zoals algen, mossen en korstmossen op kwetsbare ondergronden waar mechanische reiniging schade zou geven. De reinigende werking gaat door na de behandeling: dode begroeiing spoelt in de weken daarna verder weg met de regen.
Niet geschikt voor: minerale vervuiling, roet en gipskorsten, want daar heeft een biocide geen effect op.
Belangrijk aandachtspunt: een middel dat organismen doodt is juridisch een biocide. In Nederland mogen alleen biociden worden gebruikt die door het Ctgb zijn toegelaten voor die toepassing, herkenbaar aan een toelatingsnummer op het etiket. Onverdunde chloorbleekloog of een willekeurig algenmiddel uit de bouwmarkt inzetten op een gevel is dus niet zonder meer toegestaan, en bovendien schadelijk voor beplanting, bodem en oppervlaktewater. Vraag welk middel gebruikt wordt en onder welk toelatingsnummer.
Straaltechnieken
Nevelstralen
Een fijne straal van water, lucht en een klein aandeel zeer fijn straalmiddel, aangebracht onder lage druk. De nevel schuurt het vuil weg zonder de steen mechanisch te belasten zoals droogstralen dat doet. Dit is de meest gebruikte professionele methode voor gevoelig baksteenmetselwerk in Nederland en Vlaanderen.
Geschikt voor: hardnekkige vervuiling op baksteen, vergipsing, oude verfresten, roetaanslag en historisch metselwerk, mits met de juiste korrel en druk. Voor gevoelige gevels adviseert de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed uitdrukkelijk lage druk, in de orde van enkele bar, met een fijnkorrelig straalmiddel zoals olivinezand of kalkmeel.
Niet geschikt voor: geglazuurde steen, dun stucwerk, vezelcementplaat, hout en zachte natuursteen. Ook hier geldt: een verkeerd gekozen korrel of te veel druk maakt van nevelstralen alsnog een agressieve methode.
Vochtstralen
Straaltechniek waarbij het straalmiddel bevochtigd wordt, wat de stofontwikkeling sterk beperkt en de agressiviteit iets tempert. Een tussenvorm tussen nevelstralen en droogstralen.
Geschikt voor: matig tot zwaar vervuilde, stevige baksteen en beton, en situaties in bewoond gebied waar stofoverlast een probleem is.
Niet geschikt voor: kwetsbare, zachte of historische ondergronden en alle materialen waarop nevelstralen al aan de grens zit.
Zandstralen en droogstralen
Droog straalmiddel onder hoge druk. Dit is de meest agressieve mechanische methode, en tegelijk de methode die in het verleden de meeste schade aan Nederlandse en Vlaamse gevels heeft veroorzaakt. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stelt onomwonden dat door stralen de meeste gevels beschadigd zijn geraakt.
Geschikt voor: staalconstructies, zware betonconstructies en industriële toepassingen. Op woninggevels is het zelden de juiste keuze.
Niet geschikt voor: vrijwel alle baksteengevels, alle historische en monumentale gevels, pleisterwerk, natuursteen, kalkzandsteen en cellenbeton.
Risico: de bakhuid verdwijnt, de voeg wordt weggeslagen, het steenoppervlak wordt open en ruw, en de gevel neemt daarna structureel meer water op. Let ook op de onderlinge hardheidsverhouding: bij oud metselwerk is de voeg soms harder dan de steen, waardoor de steen als eerste wordt weggenomen. Vandaar de vaste regel: altijd eerst een proefvlak.
Lichtstralen
Verzamelnaam voor straaltechnieken met een zeer fijn en zacht straalmiddel bij lage druk, bijvoorbeeld glasparels, kalksteenmeel of aluminiumsilicaat. Bedoeld om vuil laagsgewijs af te nemen zonder de ondergrond aan te tasten.
Geschikt voor: fijn en detailwerk, gevoelige natuursteen, sierlijstwerk, ornamenten en situaties waarin een deel van de patina behouden moet blijven.
Niet geschikt voor: grote geveloppervlakken met zware vervuiling, simpelweg omdat het te arbeidsintensief en daarmee te duur wordt.
Droogijsstralen
Reiniging met korrels bevroren kooldioxide van ongeveer min 78 °C. De korrels raken het oppervlak, de vervuiling krimpt en scheurt door de koudeschok, en de korrel verdampt direct. Er blijft dus geen straalmiddel achter en er komt geen water aan te pas.
Geschikt voor: vet, olie, roet, brandschade, lijmresten, schimmel op hout en balkconstructies, en industriële installaties. Ideaal wanneer er geen water of afvalstof mag ontstaan, bijvoorbeeld in of rondom bewoonde ruimtes.
Niet geschikt voor: standaard geveltoepassing op baksteen. Het is duur, het is minder effectief tegen minerale vuilkorsten, en de koudeschok kan gevoelige materialen doen scheuren. Voor een woninggevel is het vrijwel nooit de rendabele keuze.
Chemische reiniging
Chemische reiniging werkt met zure, alkalische of oplosmiddelhoudende producten die de vervuiling chemisch aantasten. In deze categorie zitten ook complexonpasta's en enzymatische middelen.
Geschikt voor: vergipsing, cementsluier, kalkaanslag, roestvlekken, graffiti en zware minerale vuilkorsten. Het is de aangewezen methode wanneer water en mechanische kracht het vuil niet loskrijgen.
Niet geschikt voor: kalkhoudende ondergronden bij gebruik van zure middelen, dus kalksteen, marmer, kalkvoegen en cementgebonden pleisterwerk. Zuren tasten het kalkgebonden bindmiddel aan.
Risico's: het Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk waarschuwt dat zure middelen alkalische delen in het metselwerk aantasten en dat daarbij reactieproducten achterblijven in de steen, die later opnieuw problemen kunnen geven. Zuren op algemeen gebruik worden ontraden; specifiek voor metselwerk ontwikkelde producten op basis van sulfaminezuur worden wel toepasbaar geacht. Verder is er milieurisico voor beplanting, bodem, oppervlaktewater en riolering, en is er sprake van naschade die pas maanden later zichtbaar wordt, zoals verkleuring en nieuwe uitbloei doordat zouten zijn ingebracht.
Praktisch: chemische reiniging vraagt volledige afscherming van kozijnen, glas, aluminium, zink en beplanting, ruime naspoeling en opvang van het spoelwater.
Vergelijkingstabel gevelreinigingsmethoden
| Methode | Geschikt voor | Niet geschikt voor | Belangrijkste risico | Agressiviteit |
|---|---|---|---|---|
| Hogedruk koud water | Harde baksteen, beton, betonsteen, bestrating; algen en stof | Handvormsteen, historisch metselwerk, crepi, cellenbeton, hout, vezelcement | Bakhuid opblazen, voegwerk uitspoelen, water achter de gevel | Hoog |
| Hogedruk warm water | Vet, roet, hardnekkige algen op stevige ondergronden | Zachte natuursteen, pleisterwerk, hout, gescheurde steen | Zelfde als koud water plus thermische schok | Hoog |
| Lagedrukreiniging | Kwetsbare en historische gevels, lichte vervuiling | Massieve muren zonder spouw bij langdurige bevochtiging | Oververzadiging, vochtdoorslag, zoutuitbloei, hergroei | Laag |
| Stoomreiniging | Algen, mos, korstmos, organisch vuil; ook crepi en pleisterwerk | Gipskorsten, oude verflagen, kwetsbaar afgewerkt hout | Onvoldoende resultaat bij minerale vervuiling | Laag |
| Softwashing | Biologische groei op kwetsbare ondergronden | Roet, gips, cementsluier, minerale vuilkorsten | Gebruik van niet-toegelaten biocide, schade aan beplanting | Zeer laag mechanisch, chemisch matig |
| Nevelstralen | Baksteen, vergipsing, verfresten, historisch metselwerk bij lage druk | Geglazuurde steen, dun stucwerk, vezelcement, hout | Bakhuid aantasten bij verkeerde korrel of te veel druk | Matig, regelbaar |
| Vochtstralen | Matig tot zwaar vervuild stevig metselwerk en beton | Zachte, historische of gevoelige ondergronden | Oppervlakteverlies, voegschade | Matig tot hoog |
| Zandstralen en droogstralen | Staal, zware betonconstructies, industrie | Vrijwel alle woninggevels, monumenten, pleister, natuursteen | Onomkeerbaar verlies van bakhuid en voegwerk | Zeer hoog |
| Lichtstralen | Ornamenten, sierlijsten, gevoelige natuursteen, detailwerk | Grote vlakken met zware vervuiling | Hoge kosten, traag; bij te veel druk alsnog schade | Laag tot matig |
| Droogijsstralen | Vet, olie, roet, brandschade, hout, installaties | Reguliere baksteengevels, minerale vuilkorsten | Hoge kosten, koudeschok op gevoelig materiaal | Laag tot matig |
| Chemische reiniging | Vergipsing, cementsluier, roest, graffiti, zware vuilkorsten | Kalksteen, marmer, kalkvoegen bij zure middelen | Reactieproducten in de steen, verkleuring, milieuschade | Matig tot hoog |
Hoe wij een methode kiezen
Wij bepalen de methode op locatie, in deze volgorde. Eerst het type ondergrond en de staat ervan, inclusief het voegwerk. Dan het type vervuiling: organisch, minerale korst, roet, verf of graffiti. Dan de omgeving: beplanting, vijver, buren, bestrating, riolering en bereikbaarheid. Vervolgens zetten wij een proefvlak op een minder in het oog springende plek en beoordelen wij het resultaat, zo nodig na een dag drogen, omdat een natte gevel altijd schoner lijkt dan hij is.
Uitgangspunt is de zachtst mogelijke methode die het gewenste resultaat haalt. Een gevel hoeft niet als nieuw te worden. Een gelijkmatig, rustig geveloppervlak zonder groenaanslag is bijna altijd het verstandige doel; een spierwitte gevel is dat zelden.
Wij werken vanuit Kapelle in Zeeland in heel Nederland en Vlaanderen. Wilt u weten welke methode bij uw gevel past, vraag dan een opname aan. Wij noemen pas een prijs nadat wij de gevel gezien hebben.
Veelgestelde vragen
Wat is de bakhuid van een baksteen?
De bakhuid is de dichtere, hardere buitenlaag die tijdens het vormen en bakken aan de buitenzijde van de steen ontstaat. Bij handvormsteen heet die laag vormhuid of bezande laag, bij hard gebakken steen sinterhuid. Die laag is de natuurlijke waterkering van de steen. Bij moderne homogeen gebakken stenen is het onderscheid kleiner, maar bij handvormsteen en historisch metselwerk is het effect groot.
Waarom is beschadiging van de bakhuid een probleem?
Een gevel waarvan de bakhuid is weggereinigd, neemt daarna meer regenwater op dan daarvoor. Dat verhoogt het risico op vorstschade, omdat bevriezend water in de poriën uitzet. Het ruwere oppervlak vervuilt bovendien sneller en houdt algen en mos beter vast. De schade is onomkeerbaar: u kunt vuil verwijderen, maar een bakhuid kunt u niet terugleggen.
Welke gevelreinigingsmethode is het minst agressief?
Lagedrukreiniging, stoomreiniging en softwashing zijn mechanisch de zachtste methoden. Stoomreiniging werkt op temperatuur in plaats van druk en is geschikt voor algen, mos en organisch vuil op vrijwel alle minerale ondergronden. Softwashing werkt met een reinigingsmiddel bij zeer lage druk. Beide zijn wel minder effectief tegen minerale vuilkorsten, roet en vergipsing.
Mag ik mijn gevel met een hogedrukreiniger schoonmaken?
Op harde machinale baksteen, betonsteen of beton met gezond voegwerk kan het, mits met beleid. Op handvormsteen, historisch metselwerk, kalkvoegen, crepi, cellenbeton, vezelcement en hout is het af te raden. Bij crepi is het risico het grootst: een gangbare hogedrukreiniger levert 100 tot 150 bar, terwijl sierpleister in de praktijk niet meer dan 20 tot 30 bar verdraagt.
Is zandstralen van een gevel verstandig?
Zelden. Zandstralen is de meest agressieve methode en heeft historisch de meeste schade aan gevels veroorzaakt; de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stelt dat door stralen de meeste gevels beschadigd zijn geraakt. Het verwijdert de bakhuid en het voegwerk, waarna de gevel structureel meer water opneemt. Voor woninggevels zijn nevelstralen, stoom of softwashing vrijwel altijd de betere keuze.
Wat is nevelstralen precies?
Nevelstralen is een fijne straal van water, lucht en een klein aandeel zeer fijn straalmiddel bij lage druk. De nevel schuurt vuil weg zonder de steen mechanisch te belasten zoals droogstralen dat doet. Het is in Nederland en Vlaanderen de meest gebruikte professionele methode voor gevoelig baksteenmetselwerk. Voor historische gevels adviseert de RCE lage druk en een fijnkorrelig middel zoals olivinezand of kalkmeel.
Is softwashing met een biocide toegestaan?
Alleen met een toegelaten middel. Een product dat organismen doodt is juridisch een biocide, en in Nederland mogen uitsluitend biociden worden gebruikt die door het Ctgb zijn toegelaten voor die toepassing, herkenbaar aan een toelatingsnummer op het etiket. Onverdunde chloorbleekloog of een willekeurig algenmiddel inzetten is niet zonder meer toegestaan en schadelijk voor beplanting, bodem en oppervlaktewater.
Waarom is een proefvlak belangrijk?
Een proefvlak laat zien wat een methode op úw gevel doet, en dat is niet vooraf te voorspellen. Bij oud metselwerk kan de voeg harder zijn dan de steen, waardoor juist de steen wordt weggenomen. Zet het proefvlak op een minder in het oog springende plek en beoordeel het pas nadat het droog is, want een natte gevel lijkt altijd schoner dan hij is.
Wanneer is chemische reiniging nodig?
Bij vervuiling die water en mechanische kracht niet loskrijgen: vergipsing, cementsluier, kalkaanslag, roestvlekken, graffiti en zware minerale vuilkorsten. Zure middelen mogen niet op kalkhoudende ondergronden zoals kalksteen, marmer en kalkvoegen. Het Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk waarschuwt dat zuren alkalische delen aantasten en reactieproducten in de steen achterlaten die later opnieuw problemen kunnen geven.
Moet mijn gevel wel gereinigd worden?
Niet altijd. Vervuiling is vaak vooral een esthetisch punt en niet schadelijk voor de constructie. Uitgangspunt is de zachtst mogelijke methode die het gewenste resultaat haalt, en een realistisch doel: een gelijkmatig, rustig geveloppervlak zonder groenaanslag. Een spierwitte gevel nastreven leidt bijna altijd tot een te agressieve behandeling en daarmee tot schade aan het steenoppervlak.
Lees ook
Uw eigen gevel laten beoordelen?
Wij komen langs, beoordelen het metselwerk, het voegwerk en de vervuiling, en zeggen eerlijk wat er wel en niet zinvol is. Daarna krijgt u een prijs op maat.
Vrijblijvend offerte aanvragenGevelreiniging — Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · Kennisnetwerk Baksteenmetselwerk — Gevelreiniging en hydrofoberen (KNB) · Schoon metselwerk: oorzaken en preventie van witte uitslag (KNB) · Gevelreiniging baksteenmetselwerk — Nieman/Bouwtotaal · Crepi gevel reinigen met hogedrukreiniger — Energy Protect (drukwaarden crepi) · Toelating en gebruik van biociden — Ctgb