Werkzaam in heel Nederland & België

HomeKennisbank › Welke behandeling past bij welk gevelmateriaal

Welke behandeling past bij welk gevelmateriaal

Van handvormbaksteen tot crepi, hout en Trespa: lees per gevelmateriaal of reinigen, impregneren of coaten verstandig is, plus de grootste valkuil.

De vraag "kan mijn gevel gereinigd, geïmpregneerd of gecoat worden" heeft geen algemeen antwoord. Hij hangt volledig af van het materiaal. Een behandeling die op machinale baksteen probleemloos werkt, is op cellenbeton of op geglazuurde steen een fout. Op deze pagina lopen wij de veertien gevelmaterialen langs die wij in Nederland en Vlaanderen het vaakst tegenkomen, met per materiaal het advies over reinigen, impregneren en coaten, plus de valkuil die wij in de praktijk het meest zien.

Twee begrippen vooraf. Impregneren (ook hydrofoberen genoemd) is een kleurloze behandeling die in de steen trekt en de poriewanden waterafstotend maakt; de poriën blijven open en het aanzicht verandert nauwelijks. Coaten is het aanbrengen van een dekkende filmlaag over de gevel; dat verandert kleur en uitstraling permanent en is niet omkeerbaar. Beide vragen om een droge, hechtvaste en gezonde ondergrond.

Baksteen en keramische materialen

Handvormbaksteen, vooroorlogs metselwerk met kalkvoeg

Zachte, poreuze steen met een kwetsbare vorm- of bakhuid, doorgaans gemetseld met een kalkrijke, zachte voeg. Vaak zonder spouw, dus massief metselwerk waar de buitenzijde ook de binnenzijde beschermt.

Reinigen: alleen zacht. Stoomreiniging, lagedrukreiniging of nevelstralen met een fijn straalmiddel bij enkele bar druk. Hogedruk, zandstralen en zure chemie zijn hier uit den boze; zuur tast de kalkvoeg direct aan.

Impregneren: mogelijk, maar alleen na beoordeling van het voegwerk en de vochtsituatie, en altijd over de volledige gevel. Bij massief metselwerk kan een impregnering juist zinvol zijn tegen doorslaand vocht, mits de muur droog is.

Coaten: wij raden het af. De steen heeft een hoge waterdampstroom nodig, en de esthetische waarde van dit metselwerk gaat met een dekkende laag verloren. Bij een monument of beschermd gezicht is coaten bovendien praktisch uitgesloten.

Valkuil: te hard reinigen. De vormhuid gaat er in één werkgang af en de gevel neemt daarna structureel meer water op dan voorheen.

Machinale baksteen, strengpers en vormbak

De standaardgevel van na de oorlog en van de meeste naoorlogse wijken: harder gebakken, dichter, met een cementgebonden voeg en meestal een spouwmuurconstructie.

Reinigen: goed mogelijk. Stoomreiniging voor groenaanslag, nevelstralen of vochtstralen bij hardnekkige vervuiling, hogedruk in beperkte mate bij harde steen en gezond voegwerk.

Impregneren: goed mogelijk en vaak de verstandigste behandeling. De gevel blijft dan zijn eigen kleur houden en blijft langer schoon.

Coaten: mogelijk, mits het voegwerk in orde is, de gevel droog is en het systeem dampopen is. Dit is de materiaalgroep waarop gevelcoating in Nederland het meest wordt toegepast.

Valkuil: coaten over verzand voegwerk. Het water loopt dan gewoon via de voeg naar binnen terwijl de uitweg deels dichtzit.

Verblendsteen en hard gebakken klinkers

Zeer hard en dicht gebakken steen met een lage wateropname, vaak met een gesloten sinterhuid en soms geglazuurd of half geglazuurd.

Reinigen: goed mogelijk, en meestal is een milde reiniging al voldoende omdat vuil er slecht op hecht.

Impregneren: meestal zinloos. Het materiaal neemt vrijwel geen water op, dus er valt niets af te stoten. Het middel trekt niet in en blijft op het oppervlak liggen, wat glimplekken kan geven.

Coaten: afgeraden. Er is te weinig zuiging voor een betrouwbare hechting; de laag laat na verloop van tijd plaatsvormig los.

Valkuil: een aanbieder die "impregneren" verkoopt op steen die geen water opneemt. Vraag om een druppelproef: sprenkel water op de droge steen. Trekt het binnen enkele minuten niet in, dan is impregneren overbodig.

Steenstrips en gelijmde steenstrippenwanden

Dunne plakjes baksteen of keramiek, gelijmd op isolatie of op een dragende plaat, veel toegepast bij na-isolatie en nieuwbouw.

Reinigen: alleen bij lage druk. Stoomreiniging of softwashing. Hogedruk is riskant omdat water achter de strip kan komen en de lijmverbinding kan aantasten.

Impregneren: mogelijk op de zichtzijde, maar met beperkte meerwaarde en met aandacht voor de voeg tussen de strips.

Coaten: afgeraden. Een dekkende laag over een gelijmd systeem verhoogt het risico dat vocht dat achter de strip komt er niet meer uit kan.

Valkuil: de aanname dat een steenstrippengevel zich als metselwerk gedraagt. Achter de strip zit isolatie of plaatmateriaal, geen 100 millimeter steen.

Cement- en kalkgebonden materialen

Kalkzandsteen

Poreus, kalkgebonden en gevoelig voor zuren. In Nederland vooral als binnenspouwblad toegepast, maar er bestaan ook zichtbare kalkzandsteengevels en tuinmuren.

Reinigen: alleen met water bij lage druk of met stoom. Zure reinigers tasten het kalkgebonden bindmiddel aan en veroorzaken uitloging en verkleuring.

Impregneren: mogelijk en vaak zinvol, want het materiaal zuigt sterk.

Coaten: mogelijk met een dampopen mineraal of siliconenhars systeem. Dampdichte coatings zijn hier bijzonder ongunstig.

Valkuil: chemische reiniging op zuurbasis. De schade is direct en onherstelbaar.

Betonsteen en beton

Betonsteen, betonblokken en in het werk gestort of geprefabriceerd beton. Sterk materiaal, maar gevoelig voor carbonatatie en, bij gewapend beton, voor corrosie van de wapening.

Reinigen: goed mogelijk, ook met hogedruk of vochtstralen, mits het oppervlak gezond is.

Impregneren: mogelijk en bij betonsteen vaak zinvol tegen vervuiling en vochtopname.

Coaten: goed mogelijk, en bij beton zelfs functioneel: een coating vertraagt de indringing van kooldioxide en chloriden en beschermt zo de wapening.

Valkuil: coaten over beton met wapeningscorrosie. De roestende wapening zet uit en drukt de coating en de betondekking er hoe dan ook af. Eerst betonreparatie, dan pas coaten.

Cellenbeton, gasbeton

Zeer poreus, licht en zacht materiaal, in Vlaanderen ruimer toegepast dan in Nederland. Het zuigt water op als een spons en heeft weinig oppervlaktesterkte.

Reinigen: uitsluitend zeer zacht, met stoom of lage druk. Hogedruk vreet het materiaal letterlijk weg.

Impregneren: onvoldoende als enige bescherming. De opnamecapaciteit is zo groot dat een hydrofobering het water hooguit vertraagt.

Coaten: noodzakelijk, mits met een sterk dampopen systeem. Cellenbeton hoort een beschermende, ademende afwerklaag te hebben; onbehandeld cellenbeton in de buitenlucht degradeert.

Valkuil: een dampdichte coating. Het vocht dat in het materiaal zit komt er dan niet meer uit en het materiaal vriest kapot van binnenuit.

Stucwerk en pleisterwerk

Minerale of kunstharsgebonden pleisterlagen op metselwerk of op isolatie. De dikte varieert van enkele millimeters bij dunpleister tot centimeters bij traditioneel stucwerk.

Reinigen: lage druk, stoom of softwashing. Nooit hogedruk en nooit stralen.

Impregneren: mogelijk als het pleisterwerk gaaf is, maar meestal is een dampopen gevelverf de betere keuze.

Coaten: de standaardbehandeling. Pleisterwerk hoort een beschermende, dampopen afwerklaag te hebben en die laag moet periodiek vernieuwd worden.

Valkuil: coaten over scheuren en holliggend pleisterwerk. Tik de gevel af: waar het hol klinkt, zit het pleisterwerk los van de ondergrond en moet het eerst worden verwijderd en hersteld.

Crepi en sierpleister, veel voorkomend in Vlaanderen

Sierpleister met een korrelige of geschuurde structuur, meestal op basis van kunsthars of siliconenhars, vaak op een isolatiesysteem aangebracht.

Reinigen: uitsluitend met lage druk. Een gangbare hogedrukreiniger levert 100 tot 150 bar terwijl crepi in de praktijk niet meer dan 20 tot 30 bar verdraagt. Boven die grens laat het bindmiddel los, verliest de afwerklaag zijn hechting en ontstaan scheurtjes waar water in dringt. Stoomreiniging op afstand en softwashing zijn de aangewezen methoden.

Impregneren: doorgaans niet zinvol; het oppervlak is al hydrofoob afgewerkt.

Coaten: de gebruikelijke onderhoudsroute. Een dampopen siliconenharsverf op een gaaf, gereinigd crepi-oppervlak is een verstandige, herhaalbare behandeling.

Valkuil: reinigen zonder eerst scheuren te herstellen. U spuit dan water in het systeem, met kans op schade aan de isolatie erachter.

Natuursteen, hout en plaatmateriaal

Natuursteen

Verzamelnaam voor sterk uiteenlopende materialen. Kalkhoudende steensoorten zoals kalksteen, marmer en travertin gedragen zich totaal anders dan silicaatgesteenten zoals graniet, hardsteen of zandsteen.

Reinigen: methode volgt uit de steensoort. Voor kalkhoudende steen: nooit zuur, alleen water bij lage druk, stoom of lichtstralen. Voor graniet en hardsteen is meer mogelijk. Laat de steensoort altijd eerst vaststellen.

Impregneren: mogelijk en vaak zinvol bij poreuze steensoorten zoals zandsteen, met een middel dat specifiek voor natuursteen is bedoeld.

Coaten: afgeraden. Een dekkende laag over natuursteen verwijdert de reden waarom er natuursteen is toegepast en is niet omkeerbaar.

Valkuil: een zure reiniger op kalkhoudende steen. Het oppervlak wordt dof en ruw, en dat is definitief.

Hout

Houten gevelbekleding, van rabatdelen tot potdekselwerk en gevelbeplating, geverfd, gebeitst of onbehandeld vergrijzend.

Reinigen: uitsluitend zacht. Handmatig, met een zachte borstel en een houtreiniger, of met stoom bij lage druk. Hogedruk breekt de zachte voorjaarsringen uit en laat een geribbeld oppervlak achter dat sneller vervuilt en vocht vasthoudt.

Impregneren: alleen met producten die specifiek voor hout zijn bedoeld, zoals verduurzamingsmiddelen of olie. Een minerale gevelimpregnering hoort hier niet thuis.

Coaten: hout hoort geschilderd of gebeitst te worden met een houtverfsysteem, niet met een gevelcoating voor metselwerk. Hout werkt met de seizoenen mee, dus de laag moet elastisch en dampopen zijn.

Valkuil: een dampdichte laag op hout met een te hoog vochtgehalte. Het gevolg is houtrot onder een ogenschijnlijk gave verflaag.

Vezelcementplaat

Plaatmateriaal van cement met vezelversterking, veel toegepast als gevelbeplating, in dakkapellen en als boeiboord. Moderne platen zijn asbestvrij; platen van vóór 1994 kunnen asbest bevatten.

Reinigen: alleen zacht en zonder mechanische bewerking. Softwashing of stoom bij lage druk.

Impregneren: doorgaans niet zinvol.

Coaten: mogelijk met een systeem dat op vezelcement is afgestemd, met de juiste hechtprimer.

Valkuil, en dit is de belangrijkste van deze pagina: bij plaatmateriaal van vóór 1994 moet altijd eerst worden vastgesteld of er asbest in zit. Schuren, stralen of met hogedruk bewerken van asbesthoudend materiaal is verboden en gevaarlijk. Laat bij twijfel een gecertificeerde inventarisatie uitvoeren voordat er iemand aan de plaat begint.

Trespa, HPL en composietpanelen

High Pressure Laminate en vergelijkbare composietplaten met een gesloten, fabrieksmatig afgewerkte toplaag.

Reinigen: goed mogelijk met water en een mild reinigingsmiddel, of met lage druk. Geen schuurmiddelen, geen agressieve oplosmiddelen, geen stralen.

Impregneren: niet van toepassing; het materiaal is niet poreus.

Coaten: in de regel niet, en meestal onnodig. De toplaag is de afwerking. Wilt u toch een kleurwijziging, dan is dat specialistisch schilderwerk met een specifiek hechtsysteem en zonder de garanties van de fabrikant.

Valkuil: krassen door een schurende reiniging. Op een gesloten toplaag is elke kras permanent zichtbaar.

Aluminium, zink en staal

Metalen gevelbeplating, boeiboorden, dakranden, kozijnen en zetwerk, meestal gemoffeld, geanodiseerd of gecoat.

Reinigen: mild en pH-neutraal. Zink en aluminium zijn gevoelig voor alkalische en zure reinigers; er ontstaan onherstelbare vlekken en aantasting van de oxidehuid.

Impregneren: niet van toepassing.

Coaten: mogelijk als renovatiecoating op verweerd moffelwerk, met een geschikte hechtprimer en na ontvetten. Dit is ander werk dan gevelcoating op metselwerk.

Valkuil: overspray en chemieschade tijdens het reinigen van de gevel eromheen. Aluminium en zink moeten volledig worden afgeschermd voordat er chemisch gereinigd of gestraald wordt. Dit is een van de vaakst voorkomende schadeposten bij gevelwerk.

Vergelijkingstabel gevelmaterialen

Materiaal Reinigen Impregneren Coaten Belangrijkste valkuil
Handvormbaksteen, kalkvoeg Ja, alleen zacht: stoom, lage druk, fijn nevelstralen Ja, na beoordeling voegwerk en vocht Nee, afgeraden Vormhuid weggereinigd, gevel neemt daarna meer water op
Machinale baksteen Ja, ruime keuze aan methoden Ja, vaak de verstandigste keuze Ja, mits dampopen en voegwerk in orde Coaten over verzand voegwerk
Verblendsteen, harde klinker Ja, meestal volstaat een milde reiniging Nee, materiaal neemt vrijwel geen water op Nee, te weinig zuiging voor hechting Impregnering verkocht op niet-zuigende steen
Steenstrips Ja, alleen lage druk of stoom Beperkt zinvol Nee, afgeraden Water achter de strip en aantasting van de lijmlaag
Kalkzandsteen Ja, water bij lage druk of stoom; nooit zuur Ja Ja, uitsluitend dampopen systeem Zure reiniging tast het bindmiddel aan
Betonsteen en beton Ja, ook hogedruk mogelijk Ja Ja, ook functioneel als bescherming van de wapening Coaten over niet-gerepareerde wapeningscorrosie
Cellenbeton Ja, uitsluitend zeer zacht Onvoldoende als enige bescherming Ja, noodzakelijk en sterk dampopen Dampdichte laag sluit vocht in, vorstschade van binnenuit
Stucwerk en pleisterwerk Ja, lage druk, stoom of softwash Mogelijk, meestal is verf beter Ja, de standaardbehandeling Coaten over hol klinkend of gescheurd pleisterwerk
Crepi en sierpleister Ja, maximaal circa 20 tot 30 bar Meestal niet zinvol Ja, dampopen siliconenhars Hogedruk van 100 bar of meer sloopt het bindmiddel
Natuursteen Ja, methode volgt uit de steensoort Ja bij poreuze soorten, met natuursteenproduct Nee, afgeraden Zure reiniger op kalkhoudende steen
Hout Ja, handmatig of stoom bij lage druk Alleen met houtspecifieke middelen Houtverfsysteem, geen gevelcoating Dampdichte laag op te vochtig hout geeft houtrot
Vezelcementplaat Ja, softwash of stoom bij lage druk Niet zinvol Ja, met passende hechtprimer Asbestrisico bij platen van vóór 1994
Trespa en HPL Ja, mild reinigingsmiddel, geen schuurmiddel Niet van toepassing Nee, in de regel niet Permanente krassen door schurende reiniging
Aluminium, zink, staal Ja, uitsluitend pH-neutraal Niet van toepassing Renovatiecoating mogelijk na ontvetten en primeren Chemieschade en overspray door onvoldoende afscherming

Hoe u zelf een eerste inschatting maakt

Drie eenvoudige controles vertellen u al veel voordat er iemand langskomt.

  • De druppelproef. Sprenkel op een droge dag water op de gevel. Trekt het binnen enkele minuten in, dan zuigt de steen en kan impregneren zinvol zijn. Blijft het water als druppels staan, dan is impregneren overbodig.
  • De voegtest. Kras met een sleutel of schroevendraaier over de voeg. Verkruimelt de voeg tot zand, dan is voegherstel de eerste stap en niet een gevelbehandeling.
  • De kloptest. Tik met uw knokkels of een muntstuk over pleisterwerk of een bestaande verflaag. Klinkt het hol, dan zit die laag los van de ondergrond.

Wij komen vanuit Kapelle in Zeeland in heel Nederland en Vlaanderen ter plaatse kijken. Tijdens de opname stellen wij het materiaal vast, beoordelen wij het voegwerk en de vochtsituatie, en bespreken wij welke behandeling past. Blijkt dat reinigen volstaat of dat behandelen beter kan wachten, dan zeggen wij dat.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik of mijn gevel geschikt is om te impregneren?

Doe de druppelproef: sprenkel op een droge dag water op de gevel. Trekt het binnen enkele minuten in, dan zuigt de steen en kan impregneren zinvol zijn. Blijft het water als druppels staan, dan neemt het materiaal vrijwel geen water op en voegt impregneren niets toe. Beoordeel daarnaast altijd eerst het voegwerk en de vochtsituatie.

Kan geglazuurde of zeer harde steen gecoat worden?

Dat is af te raden. Verblendsteen, sterk gesinterde klinkers en geglazuurde steen hebben een gesloten oppervlak met nauwelijks zuiging. Een coating heeft een poreuze of opgeruwde ondergrond nodig om mechanisch aan te grijpen; op glazuur blijft de laag oppervlakkig liggen en laat hij vroeg of laat plaatsvormig los. Reinigen is op deze materialen bijna altijd de enige zinvolle behandeling.

Hoe reinig ik een crepi- of sierpleistergevel veilig?

Met lage druk. Een gangbare hogedrukreiniger levert 100 tot 150 bar, terwijl crepi in de praktijk niet meer dan 20 tot 30 bar verdraagt; daarboven laat het bindmiddel los en ontstaan scheurtjes waar water in dringt. Stoomreiniging op voldoende afstand en softwashing zijn de aangewezen methoden. Herstel eerst bestaande scheuren, anders spuit u water in het systeem erachter.

Moet cellenbeton gecoat worden?

Ja, cellenbeton hoort in de buitenlucht een beschermende afwerklaag te hebben, maar die laag moet sterk dampopen zijn. Het materiaal is zeer poreus en zuigt water op als een spons, waardoor impregneren als enige bescherming onvoldoende is. Een dampdichte coating is hier juist gevaarlijk: het vocht komt er niet meer uit en het materiaal kan van binnenuit stukvriezen.

Kan een houten gevel met gevelcoating behandeld worden?

Nee, hout hoort geschilderd of gebeitst te worden met een houtverfsysteem, niet met een gevelcoating voor metselwerk. Hout werkt mee met de seizoenen, dus de laag moet elastisch en dampopen zijn. Reinig hout uitsluitend zacht: hogedruk breekt de zachte voorjaarsringen uit en laat een geribbeld oppervlak achter dat sneller vervuilt en vocht vasthoudt.

Waar moet ik op letten bij oude vezelcementplaat?

Bij plaatmateriaal van vóór 1994 moet eerst worden vastgesteld of er asbest in zit. Schuren, stralen of met hogedruk bewerken van asbesthoudend materiaal is verboden en gevaarlijk. Laat bij twijfel een gecertificeerde inventarisatie uitvoeren voordat er iemand aan de plaat begint. Asbestvrije vezelcementplaat kan zacht gereinigd worden met softwash of stoom bij lage druk.

Waarom mag natuursteen niet met een zure reiniger behandeld worden?

Dat hangt af van de steensoort. Kalkhoudende steensoorten zoals kalksteen, marmer en travertin worden door zuur aangetast: het oppervlak wordt dof en ruw, en dat is definitief. Silicaatgesteenten zoals graniet en hardsteen verdragen meer. Laat daarom altijd eerst de steensoort vaststellen. Coaten van natuursteen raden wij af, omdat het niet omkeerbaar is en het karakter van de steen wegneemt.

Wat is de meest gemaakte fout bij een steenstrippengevel?

De aanname dat een steenstrippengevel zich als metselwerk gedraagt. Achter de strip zit isolatie of plaatmateriaal, geen volle steen. Reinigen mag daarom alleen bij lage druk of met stoom, want water dat achter de strip komt kan de lijmverbinding aantasten. Coaten raden wij af, omdat een dekkende laag het risico verhoogt dat vocht achter de strip er niet meer uit kan.

Waarom wordt aluminium en zink zo vaak beschadigd bij gevelwerk?

Omdat het onvoldoende wordt afgeschermd. Aluminium en zink zijn gevoelig voor zure en alkalische reinigers en voor overspray bij stralen; er ontstaan onherstelbare vlekken en aantasting van de oxidehuid. Kozijnen, dakranden, goten, zetwerk en beplanting moeten volledig afgeplakt zijn voordat er chemisch gereinigd of gestraald wordt. Dit is een van de vaakst voorkomende schadeposten bij gevelwerk.

Uw eigen gevel laten beoordelen?

Wij komen langs, beoordelen het metselwerk, het voegwerk en de vervuiling, en zeggen eerlijk wat er wel en niet zinvol is. Daarna krijgt u een prijs op maat.

Vrijblijvend offerte aanvragen